Een lekkere snack én een heerlijk geurend huis inéén: je bokst het voor elkaar met deze kokos-cashewnoten. Door ze low & slow te roosteren in de oven, krijgen ze een knapperig jasje.
Dit recept van Bake. Eat. Repeat. is super makkelijk, het kost alleen wat tijd. Nou ja, oventijd. Anderhalf uur om precies te zijn. Dus ja: je moet even wachten. Maar dan kun je ondertussen Culy.nl van voor tot achteren lezen.
Bron: Nancy van Batenburg voor Culy
Zo maak je deze kokos-cashewnoten
Verwarm de oven voor op 125 graden.
Rooster de cashewnoten in een droge koekenpan tot ze goudbruin zijn.
Meng in een grote schaal de suiker met de kokosrasp en het zout.
Klop ondertussen het eiwit met de vanille in een keukenmachine, tot het schuimend is.
Kieper de cashewnoten in de kom met eiwit en meng tot alle noten bedekt zijn. Giet ze daarna over in de kom met het kokosmengsel. Schud de kom (of meng met een houten lepel) net zolang tot alle cashewnoten een jasje van kokos aan hebben.
Spreid de kokos-cashewnoten uit op een bakplaat, bekleed met bakpapier. Waarschijnlijk ligt er ook nog wat los kokosrasp tussen, maar dat is niet erg.
Zet de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak 1 uur en 15 minuten, tot de kokos-cashewnoten goudbruin en knapperig zijn.
Deze boerenkoolsoep met rookworst en spek is de definitie van krachtvoer. Dit soepje bevat eigenlijk alles wat je van een maaltijd verlangt: een stevige portie groenten, maar ook aardappels en vlees.
Serveer je de soep in kleine porties, dan is dit een lekker Hollands voorgerecht. Maar het liefst eten wij deze soep als maaltijdsoep, in een grote kom. Eet je deze soep na een lange werkdag, dan kun je er meteen weer tegenaan.
Bron:Winnie Verswijvel voor Culy
Zo maak je de boerenkoolsoep met rookworst en spek
Bak de spekjes en de rookworst aan in een eetlepel boter in een grote, diepe pan. Haal ze uit de pan zodra ze crispy zijn en zet apart.
Fruit vervolgens in diezelfde pan de knoflook en de ui.
Voeg de aardappelblokjes toe en laat een paar minuten meebakken.
Voeg daarna de groentebouillon, de room, de rozemarijn, de laurier en de specerijen toe. Proef en voeg meer zout en peper toe naar smaak.
Laat koken tot de aardappelen zacht zijn. Doe tot slot de spekjes en de rookworst terug in de pan en laat nog 2 minuten pruttelen.
Vis de rozemarijn en het laurierblaadje eruit en serveer in diepe kommen. Werk eventueel af met wat chilivlokken voor extra pit.
Deze boerenkoolsoep met rookworst en spek is de definitie van krachtvoer. Dit soepje bevat eigenlijk alles wat je van een maaltijd verlangt: een stevige portie groenten, maar ook aardappels en vlees.
Serveer je de soep in kleine porties, dan is dit een lekker Hollands voorgerecht. Maar het liefst eten wij deze soep als maaltijdsoep, in een grote kom. Eet je deze soep na een lange werkdag, dan kun je er meteen weer tegenaan.
Bron:Winnie Verswijvel voor Culy
Zo maak je de boerenkoolsoep met rookworst en spek
Bak de spekjes en de rookworst aan in een eetlepel boter in een grote, diepe pan. Haal ze uit de pan zodra ze crispy zijn en zet apart.
Fruit vervolgens in diezelfde pan de knoflook en de ui.
Voeg de aardappelblokjes toe en laat een paar minuten meebakken.
Voeg daarna de groentebouillon, de room, de rozemarijn, de laurier en de specerijen toe. Proef en voeg meer zout en peper toe naar smaak.
Laat koken tot de aardappelen zacht zijn. Doe tot slot de spekjes en de rookworst terug in de pan en laat nog 2 minuten pruttelen.
Vis de rozemarijn en het laurierblaadje eruit en serveer in diepe kommen. Werk eventueel af met wat chilivlokken voor extra pit.
Deze Britse sticky toffee pudding is een bom van een dessert, maar zó lekker als je van zoet houdt. Want dadelcake + karamelsaus: what’s not to love? Heerlijk met een bol ijs erop én natuurlijk een flinke scheut extra karamelsaus.
Het maakt niet uit hoe uitgebreid we hebben gegeten: voor sticky toffee pudding hebben we áltijd nog plek. Dit klassieke Britse dessert is de perfecte afsluiter van een sunday roast of een ander feestmaal. Om daarna een potje stevig te gaan liggen uitbuiken op de bank.
Bron:Culy
Sticky toffee pudding: het recept
Je kunt de cake tot een dag van tevoren maken, maar bewaar de karamelsaus liever voor dezelfde dag of vlak voor het serveren.
Verwarm je oven voor op 180 graden. Vet de springvorm in met boter en bedek met een dun laagje bloem. Doe de dadelstukjes met het water in een middelgrote pan en breng aan de kook. Haal van het vuur en roer er de baking soda door (pas op, het mengsel zal gaan bubbelen). Roer en zet apart.
Zeef de bloem met het bakpoeder en het zout boven een kom. Mix in een andere kom de boter met de suiker en vanille extract tot een korrelig mengsel. Voeg één ei toe en mix goed. Voeg nu de helft van het bloemmengsel toe samen met de helft van het dadelmengsel.
Meng goed, voeg het tweede ei toe en meng weer. Voeg de rest van de bloem en dadels toe en meng. Zet de springvorm op een bakplaat en giet het beslag in de springvorm. Bak 40 tot 45 minuten en check met een satéprikker of de cake gaar is. Laat de cake afkoelen.
Breng voor de karamelsaus de suiker met de room, boter, zout en vanille-extract in een sauspannetje aan de kook onder regelmatig roeren. Laat drie minuutjes koken terwijl je continu roert. Bewaar tot je de cake gaat serveren en warm tegen die tijd (indien nodig) iets op. Serveer de sticky toffee pudding met een bolletje ijs of en de karamelsaus.
Tip!
Heb je nog een stukje cake en een restje saus over, of wil je de sticky toffee pudding ruim van tevoren maken? Vries de twee onderdelen dan los van elkaar in. Even oppiepen in de oven en hij smaakt weer als nieuw!
Deze Britse sticky toffee pudding is een bom van een dessert, maar zó lekker als je van zoet houdt. Want dadelcake + karamelsaus: what’s not to love? Heerlijk met een bol ijs erop én natuurlijk een flinke scheut extra karamelsaus.
Het maakt niet uit hoe uitgebreid we hebben gegeten: voor sticky toffee pudding hebben we áltijd nog plek. Dit klassieke Britse dessert is de perfecte afsluiter van een sunday roast of een ander feestmaal. Om daarna een potje stevig te gaan liggen uitbuiken op de bank.
Bron:Culy
Sticky toffee pudding: het recept
Je kunt de cake tot een dag van tevoren maken, maar bewaar de karamelsaus liever voor dezelfde dag of vlak voor het serveren.
Verwarm je oven voor op 180 graden. Vet de springvorm in met boter en bedek met een dun laagje bloem. Doe de dadelstukjes met het water in een middelgrote pan en breng aan de kook. Haal van het vuur en roer er de baking soda door (pas op, het mengsel zal gaan bubbelen). Roer en zet apart.
Zeef de bloem met het bakpoeder en het zout boven een kom. Mix in een andere kom de boter met de suiker en vanille extract tot een korrelig mengsel. Voeg één ei toe en mix goed. Voeg nu de helft van het bloemmengsel toe samen met de helft van het dadelmengsel.
Meng goed, voeg het tweede ei toe en meng weer. Voeg de rest van de bloem en dadels toe en meng. Zet de springvorm op een bakplaat en giet het beslag in de springvorm. Bak 40 tot 45 minuten en check met een satéprikker of de cake gaar is. Laat de cake afkoelen.
Breng voor de karamelsaus de suiker met de room, boter, zout en vanille-extract in een sauspannetje aan de kook onder regelmatig roeren. Laat drie minuutjes koken terwijl je continu roert. Bewaar tot je de cake gaat serveren en warm tegen die tijd (indien nodig) iets op. Serveer de sticky toffee pudding met een bolletje ijs of en de karamelsaus.
Tip!
Heb je nog een stukje cake en een restje saus over, of wil je de sticky toffee pudding ruim van tevoren maken? Vries de twee onderdelen dan los van elkaar in. Even oppiepen in de oven en hij smaakt weer als nieuw!
Het is écht waar, deze chocolade-pindakaaskoek maak je zonder oven. Sterker nog: er komt geen warmtebron aan te pas. Nou ja, alleen om de chocolade te smelten dan. Hét geheim: de vriezer.
Je kent ze wel: van die momenten waarop je onstilbare trek hebt in een lekkere koek. Maar je hebt niks in huis. Of geen fut om een hele lading cookies te bakken. In dat soort gevallen is dit een superhandig recept.
De textuur van deze koek verschilt wel wat van een afgebakken cookie, maar de havermout geeft ‘m een lekkere chewy textuur. Heerlijk als je zin hebt in pindakaas en chocolade.
Zo maak je deze no-bake chocolade-pindakaaskoek
Meng in een kommetje de havermout met de pindakaas. Voeg ook de suiker en het vanille-extract toe en roer door met een lepel.
Vorm daarna met je handen een koek van het mengsel. Is je ‘deeg’ te nat? Voeg dan nog wat havermout toe. Te droog? Meer pindakaas, please. Je kunt er een cookie van ongeveer 6 centimeter doorsnee van maken.
Leg je chocolade-pindakaaskoek op een stukje bakpapier en schuif ‘m in de vriezer. Check na 5 minuten of je koek mooi is uitgehard. Zo niet, laat ‘m dan nog wat langer in de vriezer liggen.
Smelt ondertussen de chocolade in een hittebestendige kom (of een mok) in de magnetron. Doe dat op de hoogste stand, steeds 15 seconden, tot de chocolade is gesmolten.
Smeer de gesmolten chocolade over de helft van je koek en besprenkel met wat grof zeezout. Als het goed is, is je chocolade-pindakaaskoek koud genoeg om de chocolade direct hard te laten worden. Anders kun je ‘m nog even in de vriezer leggen.
Eet je cookie daarna meteen op. Maar dat moet geen probleem zijn…
Het is écht waar, deze chocolade-pindakaaskoek maak je zonder oven. Sterker nog: er komt geen warmtebron aan te pas. Nou ja, alleen om de chocolade te smelten dan. Hét geheim: de vriezer.
Je kent ze wel: van die momenten waarop je onstilbare trek hebt in een lekkere koek. Maar je hebt niks in huis. Of geen fut om een hele lading cookies te bakken. In dat soort gevallen is dit een superhandig recept.
De textuur van deze koek verschilt wel wat van een afgebakken cookie, maar de havermout geeft ‘m een lekkere chewy textuur. Heerlijk als je zin hebt in pindakaas en chocolade.
Zo maak je deze no-bake chocolade-pindakaaskoek
Meng in een kommetje de havermout met de pindakaas. Voeg ook de suiker en het vanille-extract toe en roer door met een lepel.
Vorm daarna met je handen een koek van het mengsel. Is je ‘deeg’ te nat? Voeg dan nog wat havermout toe. Te droog? Meer pindakaas, please. Je kunt er een cookie van ongeveer 6 centimeter doorsnee van maken.
Leg je chocolade-pindakaaskoek op een stukje bakpapier en schuif ‘m in de vriezer. Check na 5 minuten of je koek mooi is uitgehard. Zo niet, laat ‘m dan nog wat langer in de vriezer liggen.
Smelt ondertussen de chocolade in een hittebestendige kom (of een mok) in de magnetron. Doe dat op de hoogste stand, steeds 15 seconden, tot de chocolade is gesmolten.
Smeer de gesmolten chocolade over de helft van je koek en besprenkel met wat grof zeezout. Als het goed is, is je chocolade-pindakaaskoek koud genoeg om de chocolade direct hard te laten worden. Anders kun je ‘m nog even in de vriezer leggen.
Eet je cookie daarna meteen op. Maar dat moet geen probleem zijn…
Deze paddenstoelenlasagne is zo’n gerecht waarbij je niet doorhebt dat je eigenlijk ontzettend veel groenten aan het eten bent. Dat komt omdat de smaken gewoon helemaal on point zijn en omdat de tomatensaus met fijngehakte gegrilde champignons iets weg heeft van een Italiaanse ragù. Zo comforting!
Dit recept voor paddenstoelenlasagne hebben we te danken aan kookgod Ottolenghi. Het hoeft je dus niet te verbazen dat de smaken helemaal on point zijn. Thank you Yotam!
Tip: Hou je niet van spicy? Gebruik dan éé rode peper in plaats van twee.
Bron:Winnie Verswijvel voor Culy
Zo maak je de paddenstoelenlasagne
Hak de verse paddenstoelen in fijne stukjes met een keukenmes of in de keukenmachine. Stort ze uit op een met bakpapier beklede bakplaat en besprenkel met een flinke scheut olijfolie en een snuf zout. Zet 20 minuten in de voorverwarmde oven. Haal uit de oven, zet apart en draai de oven naar 220 graden.
Laat intussen de gedroogde paddenstoelen en de chilipepers een halfuur weken in een kom met water. Zeef na een halfuur de stukjes eruit en pers zoveel mogelijk vocht uit de paddenstoelen, terug in de kom. Zet de kom met vocht apart. Hak de gedroogde pepers en de paddenstoelen grof.
Verhit nu een grote pan met een flinke scheut olijfolie op medium vuur en bak de ui, de knoflook, de wortel en de tomaten aan tot een goudbruin mengsel. Voeg ook de tomatenpuree en een snuf zout en peper toe. Kook zo’n 7 minuten en voeg vervolgens zowel de gedroogde champignons als de geroosterde champignons toe en roer goed.
Voeg nu de groentebouillon en 350 ml van het vocht van de gedroogde paddenstoelen toe en laat inkoken tot het mengsel een vastere textuur krijgt.
Meng ondertussen de geraspte kazen met de gehakte kruiden in een kom en zet apart.
Voeg tenslotte 100 ml van de slagroom toe aan de koekenpan en laat nog 2 minuten pruttelen. Zet het vuur uit.
Nu is het tijd om te gaan stapelen. Begin met 1/5 van de saus, gevolgd door de lasagnevellen en dan 1/5 van het kaasmengsel. Herhaal dit proces tot je ovenschaal vol is en zorg dat je eindigt met een laag kaas.
Druppel tot slot een eetlepel room en een eetlepel olijfolie over de lasagne. Bak 25 minuten in de voorverwarmde oven of tot de randen bruin kleuren. Haal uit de oven en werk af met de resterende room, een scheutje olijfolie en de verse peterselie.
Deze paddenstoelenlasagne is zo’n gerecht waarbij je niet doorhebt dat je eigenlijk ontzettend veel groenten aan het eten bent. Dat komt omdat de smaken gewoon helemaal on point zijn en omdat de tomatensaus met fijngehakte gegrilde champignons iets weg heeft van een Italiaanse ragù. Zo comforting!
Dit recept voor paddenstoelenlasagne hebben we te danken aan kookgod Ottolenghi. Het hoeft je dus niet te verbazen dat de smaken helemaal on point zijn. Thank you Yotam!
Tip: Hou je niet van spicy? Gebruik dan éé rode peper in plaats van twee.
Bron:Winnie Verswijvel voor Culy
Zo maak je de paddenstoelenlasagne
Verwarm de oven voor op de hoogste temperatuur (bv. 250 graden) op de hetelucht-stand.
Hak de verse paddenstoelen in fijne stukjes met een keukenmes of in de keukenmachine. Stort ze uit op een met bakpapier beklede bakplaat en besprenkel met een flinke scheut olijfolie en een snuf zout. Zet 20 minuten in de voorverwarmde oven. Haal uit de oven, zet apart en draai de oven naar 220 graden.
Laat intussen de gedroogde paddenstoelen en de chilipepers een halfuur weken in een kom met water. Zeef na een halfuur de stukjes eruit en pers zoveel mogelijk vocht uit de paddenstoelen, terug in de kom. Zet de kom met vocht apart. Hak de gedroogde pepers en de paddenstoelen grof.
Verhit nu een grote pan met een flinke scheut olijfolie op medium vuur en bak de ui, de knoflook, de wortel en de tomaten aan tot een goudbruin mengsel. Voeg ook de tomatenpuree en een snuf zout en peper toe. Kook zo’n 7 minuten en voeg vervolgens zowel de gedroogde champignons als de geroosterde champignons toe en roer goed.
Voeg nu de groentebouillon en 350 ml van het vocht van de gedroogde paddenstoelen toe en laat inkoken tot het mengsel een vastere textuur krijgt.
Meng ondertussen de geraspte kazen met de gehakte kruiden in een kom en zet apart.
Voeg tenslotte 100 ml van de slagroom toe aan de koekenpan en laat nog 2 minuten pruttelen. Zet het vuur uit.
Nu is het tijd om te gaan stapelen. Begin met 1/5 van de saus, gevolgd door de lasagnevellen en dan 1/5 van het kaasmengsel. Herhaal dit proces tot je ovenschaal vol is en zorg dat je eindigt met een laag kaas.
Druppel tot slot een eetlepel room en een eetlepel olijfolie over de lasagne. Bak 25 minuten in de voorverwarmde oven of tot de randen bruin kleuren. Haal uit de oven en werk af met de resterende room, een scheutje olijfolie en de verse peterselie.
Deze paddenstoelenlasagne is zo’n gerecht waarbij je niet doorhebt dat je eigenlijk ontzettend veel groenten aan het eten bent. Dat komt omdat de smaken gewoon helemaal on point zijn en omdat de tomatensaus met fijngehakte gegrilde champignons iets weg heeft van een Italiaanse ragù. Zo comforting!
Dit recept voor paddenstoelenlasagne hebben we te danken aan kookgod Ottolenghi. Het hoeft je dus niet te verbazen dat de smaken helemaal on point zijn. Thank you Yotam!
Tip: Hou je niet van spicy? Gebruik dan éé rode peper in plaats van twee.
Bron:Winnie Verswijvel voor Culy
Zo maak je de paddenstoelenlasagne
Hak de verse paddenstoelen in fijne stukjes met een keukenmes of in de keukenmachine. Stort ze uit op een met bakpapier beklede bakplaat en besprenkel met een flinke scheut olijfolie en een snuf zout. Zet 20 minuten in de voorverwarmde oven. Haal uit de oven, zet apart en draai de oven naar 220 graden.
Laat intussen de gedroogde paddenstoelen en de chilipepers een halfuur weken in een kom met water. Zeef na een halfuur de stukjes eruit en pers zoveel mogelijk vocht uit de paddenstoelen, terug in de kom. Zet de kom met vocht apart. Hak de gedroogde pepers en de paddenstoelen grof.
Verhit nu een grote pan met een flinke scheut olijfolie op medium vuur en bak de ui, de knoflook, de wortel en de tomaten aan tot een goudbruin mengsel. Voeg ook de tomatenpuree en een snuf zout en peper toe. Kook zo’n 7 minuten en voeg vervolgens zowel de gedroogde champignons als de geroosterde champignons toe en roer goed.
Voeg nu de groentebouillon en 350 ml van het vocht van de gedroogde paddenstoelen toe en laat inkoken tot het mengsel een vastere textuur krijgt.
Meng ondertussen de geraspte kazen met de gehakte kruiden in een kom en zet apart.
Voeg tenslotte 100 ml van de slagroom toe aan de koekenpan en laat nog 2 minuten pruttelen. Zet het vuur uit.
Nu is het tijd om te gaan stapelen. Begin met 1/5 van de saus, gevolgd door de lasagnevellen en dan 1/5 van het kaasmengsel. Herhaal dit proces tot je ovenschaal vol is en zorg dat je eindigt met een laag kaas.
Druppel tot slot een eetlepel room en een eetlepel olijfolie over de lasagne. Bak 25 minuten in de voorverwarmde oven of tot de randen bruin kleuren. Haal uit de oven en werk af met de resterende room, een scheutje olijfolie en de verse peterselie.
Beeld je eens in: romige, kazige mac & cheese, gekruist met de oerhollandse bitterbal. Dát zijn deze mac ‘n cheese bitterballen in een notendop. Zo wordt dat restje mac ‘n cheese uit je koelkast ineens een onweerstaanbaar lekkere snack.
Wij maakten deze mac ‘n cheese bitterballen met een restje mac ‘n cheese met boerenkool (dat verklaart ook die groene dingetjes aan de binnenkant van de ballen). Het is belangrijk dat de mac ‘n cheese goed koud is, dan is het mengsel opgesteven en rol je er makkelijk balletjes van.
Superlekker bij de borrel met een portie mosterdmayonaise om in te dippen.
Mac ‘n cheese bitterballen maken
Zet drie diepe borden klaar: één met bloem, één met de losgeklopte eieren en één met de panko.
Maak met je handen balletjes van de mac ‘n cheese ter grootte van een bitterbal, zoals je die ook krijgt in de kroeg. Haal ze achtereenvolgens door de bloem, het ei en de panko. Ze moeten helemaal bedekt zijn met de panko.
Verhit de olie voor het frituren tot 180 graden. Test met een stukje brood of dat er binnen een minuut goudbruin en krokant uitkomt. Mocht de olie te heet worden, voeg dan nog een beetje olie toe (om de boel te laten afkoelen) of haal de pan even van het vuur.
Frituur de balletjes in ongeveer 3 minuten goudbruin en krokant. Schep ze met een schuimspaan voorzichtig uit de olie en laat ze uitlekken op een stapeltje keukenpapier. Bestrooi de warme mac ‘n cheese ballen meteen met zout.
Roer de mosterd door de mayonaise en serveer bij de mac ‘n cheese bitterballen.
Beeld je eens in: romige, kazige mac & cheese, gekruist met de oerhollandse bitterbal. Dát zijn deze mac ‘n cheese bitterballen in een notendop. Zo wordt dat restje mac ‘n cheese uit je koelkast ineens een onweerstaanbaar lekkere snack.
Wij maakten deze mac ‘n cheese bitterballen met een restje mac ‘n cheese met boerenkool (dat verklaart ook die groene dingetjes aan de binnenkant van de ballen). Het is belangrijk dat de mac ‘n cheese goed koud is, dan is het mengsel opgesteven en rol je er makkelijk balletjes van.
Superlekker bij de borrel met een portie mosterdmayonaise om in te dippen.
Mac ‘n cheese bitterballen maken
Zet drie diepe borden klaar: één met bloem, één met de losgeklopte eieren en één met de panko.
Maak met je handen balletjes van de mac ‘n cheese ter grootte van een bitterbal, zoals je die ook krijgt in de kroeg. Haal ze achtereenvolgens door de bloem, het ei en de panko. Ze moeten helemaal bedekt zijn met de panko.
Verhit de olie voor het frituren tot 180 graden. Test met een stukje brood of dat er binnen een minuut goudbruin en krokant uitkomt. Mocht de olie te heet worden, voeg dan nog een beetje olie toe (om de boel te laten afkoelen) of haal de pan even van het vuur.
Frituur de balletjes in ongeveer 3 minuten goudbruin en krokant. Schep ze met een schuimspaan voorzichtig uit de olie en laat ze uitlekken op een stapeltje keukenpapier. Bestrooi de warme mac ‘n cheese ballen meteen met zout.
Roer de mosterd door de mayonaise en serveer bij de mac ‘n cheese bitterballen.
Naanbrood: dat zeg je eigenlijk niet. Naan betekent immers brood. Dus naanbrood, da’s een beetje dubbelop. En toch: who cares, want zodra je dit goddelijke brood voor je neus krijgt, bestreken met knoflookboter en bestrooid met verse koriander, vergeet je alles. Daarbij: zelf naanbrood bakken is ook nog eens heel makkelijk. Let maar op.
Zelf naanbrood bakken, waarom zou je? Er zijn een paar redenen voor. Allereerst: versgebakken naan verslaat de voorverpakte versie uit de supermarkt met twee vingers in zijn neus (als naan een neus had).
Daarnaast is het ook nog eens heel leuk om het te maken, vooral het gedeelte waarbij je het bakt in de pan en er luchtbellen ontstaan. Dan voel je je een knappe jongen.
Nog een reden: met dit recept bak je in één keer 8 broden. En het is ook nog eens verschrikkelijk simpel. Dus wat let je? Gewoon een keer proberen.
Bron:Nancy van Batenburg voor Culy
Zelf naanbrood bakken: zo doe je dat
Meng in een kom het gist, suiker en water tot het gist is opgelost. Laat eventjes staan, totdat er belletjes ontstaan.
Roer daarna de olijfolie, yoghurt en het ei door het gistmengsel.
Pak er een grote kom bij en doe daarin 128 gram bloem met het zout. Meng even door elkaar. Voeg de natte ingrediënten toe aan de bloem en meng met een lepel.
Haal het deeg uit de kom en leg het op een met bloem bestoven aanrechtblad.
Nu ga je het steeds een beetje extra bloem toevoegen, terwijl je het deeg kneedt: zo’n 3 minuten lang. Het zou kunnen dat je niet alle bloem opgebruikt. Wees liever spaarzaam: je wil een glad deeg dat niet plakt, maar als je teveel bloem in één keer toevoegt, heb je kans dat het deeg te taai wordt. Beetje bij beetje dus. Wij hebben trouwens voor dit recept wél alle bloem opgebruikt, just so you know.
Maak een bol van het deeg, leg het terug in de kom en dek het af met huishoudfolie. Zet het op een warme plek en laat 1 uur lang rijzen.
Verdeel het deeg daarna in 8 stukken. Bestuif je aanrechtblad weer met bloem en rol elk stukje deeg met een deegroller uit tot een naanbrood.
Verhit een koekenpan met een dikke bodem op medium vuur. Een gietijzeren exemplaar werkt fantastisch, maar je kunt ook een andere koekenpan gebruiken.
Bak de broden één voor één aan beide kanten in de hete pan. Zodra er luchtbellen ontstaan, kun je de naan omdraaien.
Bestrijk het naanbrood voor het serveren met wat gesmolten knoflookboter en bestrooi met fijngehakte koriander of peterselie.